Kennisbank
Omleiding bij werkzaamheden: hoe stelt u die op?
Een omleiding is pas compleet als iemand die de omgeving niet kent hem van begin tot eind kan volgen, inclusief de terugweg, en inclusief het punt waar hij weer op de oorspronkelijke route uitkomt. Op dat laatste stukje gaat het het vaakst mis.
De vier fouten die het vaakst gemaakt worden
1. Alleen bij afslagen een bord. Weggebruikers hebben ook bevestiging nodig op punten waar ze rechtdoor moeten. Zonder dat gaan mensen twijfelen, afremmen en keren.
2. Geen terugweg. De route is één kant op bewegwijzerd. Verkeer uit de andere richting staat voor een afzetting zonder alternatief.
3. Het einde ontbreekt. De laatste bordjes staan er niet, dus mensen weten niet wanneer ze weer op hun eigen route zitten.
4. De route deugt niet. Hij loopt langs een school, door een 30 km-zone of over een straat die te smal is voor vrachtverkeer. Dan verplaatst u het probleem in plaats van het op te lossen.
Hoe wij een omleiding uitzetten
Route bepalen
Welke alternatieve route kan het verkeer aan, en welke juist niet.
Rijden
De route zelf afleggen, in beide richtingen.
Punten markeren
Elk beslismoment: afslagen én rechtdoor-punten.
Bebording
Borden plaatsen, met voorwaarschuwing waar nodig.
Nalopen
De hele route controleren vóór hij in gebruik gaat.
Afbouwen
Na afloop weghalen, pas nadat de weg zelf weer open is.
Vergeet het langzame verkeer niet
Een omleiding voor auto's is niet automatisch een omleiding voor fietsers en voetgangers. Sterker: een route die voor auto's prima is, is voor fietsers vaak een flinke omweg of ronduit onveilig.
Dit is het onderdeel waarop wegbeheerders een plan het vaakst afkeuren, en het is ook het onderdeel waar het in de praktijk misgaat: fietsers negeren een omleiding die te veel omweg kost en gaan alsnog door het werkvak.
Reken er daarom mee dat langzaam verkeer een eigen, korte en logische route nodig heeft, niet dezelfde als de auto's.
De volgorde bij afbouwen
Bij het weghalen telt de volgorde net zo goed als bij het plaatsen.
Haal eerst de afzetting weg en geef de weg vrij; pas daarna de omleidingsbebording. Andersom stuurt u verkeer een route in die naar een nog gesloten weg leidt.
En laat bebording niet staan nadat de weg weer open is. Dat lijkt onschuldig, maar het ondermijnt het vertrouwen in álle tijdelijke bebording, mensen leren dat borden niet kloppen en gaan ze negeren.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen over omleidingen
Moet een omleiding in het verkeersplan staan?
Ja. De wegbeheerder beoordeelt de omleidingsroute mee, inclusief de route voor fietsers en voetgangers en de doorgang voor hulpdiensten en openbaar vervoer. Zie wat staat er in een verkeersplan.
Wie bepaalt welke route gebruikt mag worden?
In overleg met de wegbeheerder. Die kent het gebied en weet welke straten wel en niet geschikt zijn, bijvoorbeeld vanwege scholen, gewichtsbeperkingen of eerdere klachten.
Kunnen jullie de omleiding uitzetten en weer weghalen?
Ja, inclusief het nalopen van de route voordat hij in gebruik gaat. Zie verkeersborden en bebording.
Omleiding nodig?
Wij zetten de route uit, plaatsen de bebording en lopen hem na voordat hij in gebruik gaat.